Leve de koning!

Gisteren was Koningsdag, en ik heb deze dag met plezier gevierd. Normaal ben ik niet zo oranje gezindt, en doe al helemaal niet mee met persoonsverering op basis van bekend- of beroemdheid. Ik richt me liever op mensen of organisaties voor wat ze NEERZETTEN, niet voor wat ze ZIJN. En daarbij: ik houd niet zo van poppenkast, ik ga meer voor authenticiteit. Maar dit jaar maakte ik een uitzondering, de koninklijke familie deed onze eigen stad Dordrecht aan, en zou wat betreft stijl van de viering ook nog eens een nieuwe weg inslaan. Bovendien was het prachtig weer, dus waarom niet?!

1504-koningsdag

Maxima en Willem-Alexander in Dordrecht – Foto ANP 2015

De sfeer in de stad was uitgelaten. Zowel de eigen bewoners als de massaal toegestroomde toeristen waren opgewonden en vrolijk. Grote groepen mensen zwermden van de ene naar de andere plek in de stad, om zoveel mogelijk van de koninklijke familie te zien. En ook ikzelf, zonder vooropgezet plan maar toch opgezweept door het enthousiasme om me heen, vond mezelf op gegeven moment tussen de opeengepakte menigte, te wachten op de stoet. En ja hoor, ik zag de hele familie langskomen en handjes geven, en vrolijk zwaaien. Het is in een paar minuten voorbij, maar blijkbaar leuk genoeg voor velen om er uren voor te wachten.

Na afloop van het spektakel, me nog verbazend over wat er gebeurt met de mensen, duik ik de stad in, en kom een vriend tegen. Ik geef Dick een hand, en ik krijg niet alleen een hand maar ook een brede glimlach terug. “Dit is een koninklijke hand “. Eh … aarzel ik, hoe bedoel je? “Ik heb net Willem Alexander de hand geschud“, zegt hij trots. Nog aarzel ik. “Meen je dat, of loop je me te dollen?” “Nee echt” zegt hij, en terwijl hij uitlegt hoe het ging haalt zijn vrouw haar mobieltje tevoorschijn en toont me een bijna close-up foto van een stralende Maxima. Terwijl ze de foto laat zien heeft ze een lach om haar mond die nog stralender is dan die van de koningin. “Zie je, het is echt gebeurd!”

Tja, wat is nu echt, en wat is poppenkast? Zo’n vierhonderd jaar geleden sprak dichter Joost van den Vondel de wijze woorden “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.” Wat is authentiek, en wat is theater? Ik ben er van overtuigd dat mensen, en dus ook medewerkers in de organisatie, gelukkiger zijn als ze zichzelf kunnen zijn. Niet hoeven te acteren, geen toneel hoeven spelen, maar vanuit eigen kerncompetenties en drijfveren kunnen handelen. Geen fouten hoeven te verdoezelen, zich niet beter hoeven voordoen dan ze zijn, omdat de organisaties hen niet direct op fouten afrekent, en collega’s incasseringsvermogen hebben. Omdat er ruimte is je te ontwikkelen en om te leren van je fouten.

Maar het is ook zo dat elke medewerker in een organisatie een rol en positie heeft. Zonder die rol kun je niet goed functioneren. Zonder die positie is niet helder welke verantwoordelijkheden je hebt, hoe je relatie tot je collega’s zich verhoudt, en wat je speelruimte is. Gebrek aan helderheid over rol en positie maakt medewerkers onzeker, en zorgt voor onnodige fouten, kwetsbaarheid, stress, en uiteindelijk chaos. Kortom: rol en positie zijn broodnodig in een soepel lopende organisatie.

En de koning dan? Is wat hij doet nou echt, of show? Misschien is de tegenstelling niet zo groot. Dankzij Vondel weten we dat authenticiteit en theater dichter bij elkaar liggen dan we denken, en dat we in dit levenstheater allemaal een rol hebben. Laten we hoe dan ook het spel van het leven met passie spelen. Leve de koning!